Mijn angst reik ik je in kwetsbare eerlijkheid.
Ze glijdt van je af.
Stilte is het enige delen dat verbindt.
In ons samen zijn voel ik alleenzaamheid, een vlijmscherpe eenzaamheid.
Zwijgend wandelen we voort.
Steeds vaker uit ik mij niet meer.
Steeds vaker spreek ik de woorden slechts nog in mijn gedachten.
De zeldzame keren dat ik de moed vind mij uit te spreken en mijn beleving te delen stuit zij op vervreemding.
Het is nog steeds onwennig en voelt soms bijna vijandig om een weg te vinden met deze nieuwe jij. Ik doe mijn best maar soms wil ik het uitschreeuwen van frustratie, van me eenzaam voelen binnen onze verbinding. Soms wil ik hartverscheurend kunnen huilen, wil ik me getroost voelen in mijn gemis, zoek ik naar erkenning van mijn gevoel. De nieuwe jij herkent het niet, reageert niet of reageert voor mij vreemd en onbekend. Misschien is dit niet helemaal fair, het is ook deel van jou zoals ik je kende al voor je veranderde en toch is dit anders.
Ik probeer mijn vinger te leggen op het anders, een poging om te analyseren en niet te hoeven voelen. Ik fluit mijzelf terug, ik mag voelen. Dit is de impact die het heeft op mij, dit is mijn strijd in het vinden van een weg met een partner die is veranderd. Alleen maar de mooie, bijzondere of grappige kant van onze relatie delen is makkelijk, maar het zou mijn vereenzaming nog heviger maken.
Dus heb ik het nodig om eerlijk te kunnen zijn, tegen mijzelf. Heb ik het nodig om onbevangen te kunnen zeggen hoe ik het beleef, zonder verwijten te maken, zonder naar oplossingen te zoeken, maar vanuit mijn liefde voor een partner die niet meer volledig is wie hij was.
Da’s meer dan complex en soms ben ik daar verdomd verdrietig om.