Er is een beweging, star, pijnlijk, stroef en vol wonden die amper genezen zijn. Elke beweging lijkt een trigger te zijn, herinneringen aan pijnlijke momenten, woorden die als echo in mijn hoofd weerklinken. Spiegels om mij heen die me voortdurend reflecteren wat ik niet wil zien, dat ik aan het terugvallen ben in oude mechanismen voortkomend uit zelfbescherming. Zo zet ik alcohol weg als zoon even thuis komt om geen woorden erover te krijgen, zeg ik niets wanneer ik moeite heb met zijn gedrag. Ik mijd het conflict.
In het mechanisme is een vergelijking te ontwaren, ik vertel mijzelf dat dit anders is. Destijds deed ik het om mijzelf te beschermen tegen nog meer verwond worden, nu doe ik het omdat onze beweging samen zo vreselijk breekbaar is. Het is een lijntje zó dun dat het elk moment kan breken en soms wil ik dat het breekt omdat dit me leegtrekt.
In de paar uur dat zoon hier is voelt het alsof we op bekend terrein staan maar compleet losgetrokken van de geborgenheid en veiligheid van het bekende. Ergens heb ik het gevoel dat ook voor hem het zo voelt, ik vraag het niet. Zijn hoofd zit al zo vol, hij bevind zich in het grijze niemandsland van dak- en thuisloos zijn. Even in het oude thuis zijn zal dan verwarrend en complex genoeg zijn.
Ik bied aan hem met de auto weg te brengen zodat hij niet met de bus hoeft, onze gesprekken voelen aan als ballen die wanhopig in de lucht gehouden worden. Er zijn veel stiltes, af en toe balanceert hij op de rand van verwijten maken, ik negeer het venijn dat ik hoor toenemen in zijn intonatie. Ik luister wanneer hij praat over de moeilijke momenten, weekenden zijn zwaar want dan is er geen dagbesteding. Zoals altijd stel ik dingen voor, elk voorstel wordt gepareerd alsof ik een bal probeer een doel in te schieten en zijn doel is om te voorkomen dat ik scoor. Ik stop ermee, luister alleen nog maar terwijl ik merk dat mijn emoties hoog zitten, en vooral merk dat ik intens moe ben.
Wanneer ik hem heb afgezet en weg zie lopen richting zijn fiets breekt mijn hart, wanneer ik hem passeer en in de spiegel zijn felgekleurde wintermuts zie schiet er een brok in mijn keel. Tranen rollen over mijn wangen terwijl ik de drukke stad uit rijd.
Eenmaal thuis sluit ik alles af en kruip in bed, twee poezendames vleien zich naast me. Ik laat alle emoties vrij, ik huil, ik voel me ellendig, ik voel me eenzaam met al deze pijn en uiteindelijk val ik in slaap. Wanneer ik wakker word rijd ik naar de supermarkt, ik ben alleen met eten en dus is er geen noodzaak om te koken. Van kant en klare maaltijden word ik niet gelukkig, ik gooi een lasagne in mijn mandje maar na een rondje door de supermarkt te hebben geslenterd besluit ik om iets te maken waar ik wel blij van word. Een roerbakschotel met kip, paprika en tauge met sweet chili saus klinkt stukken beter. Vertwijfeld sta ik voor het wijnschap, er is nog een restje wijn en ik drink doorgaans alleen in het weekend. Ik kies een lekker flesje rood, neem lekkers voor de huisdieren mee. Eenmaal thuis verwen ik eerst de huisdieren, daarna kook ik mijn eigen lekkere maaltijd, zoek een film uit waarvan ik denk dat deze me kan afleiden, haal de cognac van mijn partner, een port die ik niet geweldig lekker vind en een restje rosé naar beneden en zet ze terug op de kast. Voor bij het eten schenk ik het laatste beetje rosé in en nestel mij met eten op de bank en kijk de film.
Wanneer partner thuis komt praten we kort over hoe zijn avond met beste vriend was, zijn vraag hoe het mij is gegaan beantwoord ik niet echt. Wat valt er te zeggen, hoe kan ik uitleggen hoe moeizaam dit bewegen voelt, daarbij weet ik dat al bij de eerste zinnen van mij ik mag luisteren naar zijn ervaringen met zoon. Ik heb de energie niet om mijn eigen stukje op te eisen. Als mijn partner naar bed gaat steek ik een paar kaarsen aan, schenk een glas rode wijn in en geef mijn emoties de ruimte. Ja, mijn zoon heeft het ongelooflijk zwaar en moeilijk, ik kan dat niet oplossen, ik kan het ook niet echt verzachten.
Ik kijk naar mijzelf, kijk naar binnen terwijl om mij heen de spiegels opdoemen en ik fluister …’Ja, ik heb het ongelooflijk zwaar en moeilijk, ik kan het niet oplossen maar wel proberen te verzachten.’
Lieve mevrouw,
ik ben een oude papa en ook opa.
Wat anders kan ik u wensen dan dat u ‘gelukkig’ wordt.
Wat geluk ook moge betekenen.
Maar ik word somber van uw woorden.
En uit zelfbehoud moet ik dat gevoel trachten te vermijden.
Op 81 ben je geen 18 meer.
Ik vlucht dus.
Terwijl ik het liedje ‘Vluchten kan niet meer’ in mijn hoofd hoor.
mvg
LikeGeliked door 1 persoon
Dank Meneer, voor deze woorden en de mooie wens. Ik kan helemaal begrijpen dat uit zelfbehoud vluchten soms de beste optie is.
LikeGeliked door 1 persoon