Tijdens een zonnige herfstmiddag besloot ik een aantal begraafplaatsen in de regio te bezoeken. Op de een of andere manier had ik moeite om de kleine begraafplaats ’t Loo te vinden. De sfeer was meer dan bijzonder, niets dan zand rond de graven, wat een bijzondere sfeer creëerde met het warme zonlicht. Momenten als deze maken me zo blij om vast te leggen wat ik zie tijdens mijn bezoeken aan begraafplaatsen.











Over deze begraafplaats
Bergeijk ‘t Hof kent naast een protestante en katholieke begraafplaats ook een gesloten kerkhof, namelijk het kerkhof bij de monumentale Hofkerk in Bergeijk, het voormalige Petruskerkhof. Hoewel het kerkhof een katholieke signatuur heeft, is het kerkhof al sinds het begin van de negentiende eeuw eigendom van de gemeente Bergeijk.
De huidige gemeente Bergeijk kent een rijke geschiedenis van begraven, mede door de aanwezigheid van tal van prehistorische grafheuvels. Niet overal in Nederland is de cultuur van begraven over duizenden jaren heen nog zo zichtbaar als hier. De gemeente telt meerdere begraafplaatsen, waarvan de meeste beheerd worden door een katholieke parochie.
De St. Petrus Bandenkerk of Hofkerk zou rond 960 gesticht zijn door de bisschop van Keulen. Het eerste kerkgebouw was vermoedelijk van hout en werd later vervangen door een Romaanse kerk. De oudste teruggevonden delen van de kerk worden gedateerd in het begin van de elfde eeuw. Waarschijnlijk zijn in de twaalfde of dertiende eeuw twee zijbeuken aangebouwd. In de loop van de geschiedenis is de kerk nog enige malen uitgebouwd tot de huidige vorm verkregen werd. De kerk is het centrum van een zogenaamde vroegmiddeleeuwse oerparochie en is de moederkerk van Luijksgestel, Riethoven, Westerhoven, Dommelen en Borkel. Door de eeuwen heen kwamen omwonenden uit naburige dorpen en gehuchten naar Bergeijk om hun geloof te belijden en om hun doden te begraven. Dat betekent dat op het kerkhof van de Hofkerk de bewoners van onder andere Luyksgestel, Westerhoven, Dommelen, Borkel en Riethoven hun laatste rustplaats vonden. Tenminste, tot deze kernen hun eigen parochie kregen, zoals Westerhoven in 1444, waarna de kapellen van Borkel en Dommelen de kerk van Westerhoven als moederkerk kregen en de bewoners hun doden daar lieten begraven op het kerkhof. In 1648 ging de kerk van Bergeijk over in protestantse handen. De katholieken zochten hun toevlucht tot schuilkerken.
In hoeverre er in de monumentale kerk van Bergeijk destijds ook begraven is, blijft onduidelijk. Van oudsher werden de doden veelal in de kerk begraven. Was de kerk te klein, dan werd als eerste het arme deel van de bevolking begraven op het kerkhof. Het geestelijke en het meer vermogende deel van de bevolking liet zich graag begraven in de kerk, zo dicht mogelijk bij het koor. In 1818 werden bij het vernieuwen van de kerkvloer slechts twee grafzerken aangetroffen, beiden van de familie Wachtelaars. Een van de zerken betrof een priestergraf en was versierd met de afbeelding van een kelk. Hoewel het pas in 1827 verboden werd om te begraven in kerken, werd in Bergeijk al vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw niet meer begraven in de kerk. Zoals vaker voorkwam in vroegere eeuwen werden bij verbouwingen aan een kerk grafzerken veelal geruimd en verdwenen ze als bouwelementen of deurstenen voor schuren en boerderijen.
Waarschijnlijk is er zo’n duizend jaar begraven rond de kerk van Bergeijk. In 2011 werden bij opgravingen op het kerkhof ten noorden van de kerk meerdere grafkuilen aangetroffen. Menselijk botmateriaal werd gedateerd in de periode tussen ca. 1500 en 1830. Ook werden botresten aangetroffen in een post-middeleeuwse knekelkuil. De bij de opgravingen aangetroffen restanten van kerkgrachten geven aan dat de kerk van Bergeijk in de Middeleeuwen een regionale functie had en dat voor het gebied bij de kerk een ‘status aparte’ gold, zoals dat destijds gebruikelijk was voor veel kerkhoven.
Lees meer op de website van Dodenakkers