Veel foto’s uit mijn archief vinden de weg niet naar mijn site, te weinigzeggend, soms te oud. Maar voor de foto’s die ik maakte tijdens een bezoek aan Palau Güell maak ik graag een uitzondering. Al was dit in 2013. Het paleis heeft een onuitwisbare indruk op mij achtergelaten, bladerend door de foto’s herinnerde ik mij het gevoel weer waarmee ik door het kasteel wandelde. Vol verwondering over zoveel uniek vakmanschap, het oog voor detail waarmee elk hoekje van het kasteel gebouwd was. Mocht je ooit in Barcelona zijn, dit is een pareltje die in mijn beleving te weinig aandacht krijgt in de rij toeristische trekpleisters.
Over Palau Güell
Midden in de levendige wijk El Raval, vlak naast de drukte van La Rambla, staat een van de meest bijzondere gebouwen van Barcelona: het Palau Güell. Dit stedelijke paleis is een van de eerste grote werken van Antoni Gaudí en tegelijkertijd een van de best bewaarde. Hier zie je de jonge architect al duidelijk zijn eigen taal ontwikkelen – de taal die later wereldberoemd zou worden in Park Güell, Casa Batlló en de Sagrada Família.
Het paleis werd tussen 1886 en 1890 gebouwd in opdracht van de rijke industrieel en kunstmecenas Eusebi Güell. Güell wilde een imposante stadsresidentie voor zijn gezin (hij had tien kinderen) én een plek waar hij de high society van Barcelona en daarbuiten kon ontvangen. In plaats van te bouwen in de toen populaire Eixample, koos hij bewust voor een plek dicht bij het ouderlijk huis aan de Rambla. Het resultaat is een compact, naar binnen gekeerd paleis dat van buiten relatief sober oogt, maar van binnen een ware explosie van materialen, licht en inventiviteit is.
De entree is al meteen indrukwekkend: twee grote paraboolbogen met spectaculair smeedijzeren hekwerk, waartussen een bronzen feniks prikt, een symbool van de Catalaanse renaissance.
Koetsen reden ooit via deze deuren naar binnen; de paarden gingen via een helling naar de stallen in de kelder, terwijl de gasten de trap opgingen naar de ontvangstvertrekken.
Het hart van het huis is de hoge centrale zaal die over meerdere verdiepingen reikt. Een koepel met stervormige openingen laat licht binnen. ’s Avonds hingen er lantaarns buiten, zodat de zaal een sterrenhemel leek. Rondom deze ruimte liggen de salons, de eetkamer, de biljartkamer en de privévertrekken – allemaal rijk versierd met marmer, houtsnijwerk, glas-in-lood en Moorse invloeden.
Een extra verrassing wacht boven: het dak. Daar staan twintig kleurrijke schoorstenen, al vroeg bekleed met trencadís (gebroken keramiek). Het is hier dat Gaudí voor het eerst serieus experimenteerde met deze techniek die later zo kenmerkend voor zijn werk zou worden. Het dak voelt als een openluchtmuseum van fantasievolle sculpturen.
Palau Güell is sinds 1984 UNESCO-werelderfgoed en geldt als een sleutelwerk om Gaudí’s vroege stijl te begrijpen. Het is het enige nieuwbouwproject dat hij volledig kon voltooien en dat grotendeels ongewijzigd is bewaard. Na een grondige restauratie is het paleis weer open voor publiek en laat het perfect zien hoe Gaudí functionaliteit, licht, ruimte en ornamentiek met elkaar versmolt.
Een bezoek voelt als een reis door de geest van een genie in wording. Van de mysterieuze stallen met hun paddenstoelvormige kolommen tot de lichte centrale zaal en het speelse dak – overal voel je de hand van een architect die al vroeg de grenzen van de traditionele bouwkunst opzocht.
Bron Website Palau Güell



















