De laatste tijd ben ik weer vaker aan het heen en weer rijden, manlief heeft een herseninfarct gehad, en onlangs was het of talloze ritten de revue passeerden.
Ik realiseerde me dat ik al meer dan tien jaar aan het heen en weer rijden ben. Dat begon in 2011 toen mijn vader in het buitenland tijdens een motorvakantie verongelukte. Mijn moeder zat bij hem achterop, zij overleefde het ongeluk alhoewel ze wel wekenlang in levensgevaar in een ziekenhuis in Zuid Duitsland verkeerde.
Het moment dat ik telefonisch hoorde dat er een ongeluk was geweest waarbij mijn vader op slag dood was waren we op vakantie in Zuid Frankrijk. Tijd voor een schok was er niet, we doken direct in een soort regelmodus. Eerst zorgen dat we per direct konden vertrekken, de borg terugkregen, in ons gebrekkig Frans uitleggen dat er iets was gebeurd en we weg moesten. Tijdens de terugreis van 1000 kilometer talloze telefoontjes plegen, de honderdduizend vragen beantwoorden die mijn zoon had, de boosheid van mijn dochter proberen op te vangen. Eenmaal thuis hebben we razendsnel de auto uitgeladen, de oppas die we geregeld hadden kort bijgepraat, een uurtje proberen te slapen om vervolgens ruim 500 kilometer Zuid Duitsland in te rijden. Daar aangekomen bleek dat de hulpcentrale het toch iets anders had verwoord richting ons dan de realiteit was, mijn moeder had niet ‘maar een paar botbreuken’, ze verkeerde in levensgevaar, lag in coma, had aan één arm niets gebroken en verder was bijna alles in haar lichaam gebroken, en gezicht en hand waren verbrijzeld.
Haar rug was op twee plekken gebroken maar dat waren de grootste zorgen niet, ze had inwendige bloedingen, er was een buikader los die hadden ze vastgezet, ze had al urenlange operaties achter de rug en er was geen enkel perspectief op of en hoe ze eruit zou komen.
Vanaf dat eerste moment zijn man en ik weken achter elkaar elk weekend naar Zuid Duitsland gereden om bij haar te zijn. In de dagen dat we thuis waren moesten we bijna dagelijks heen en weer rijden naar de woonplaats van mijn ouders, 100km bij ons vandaan.
Ik kan een boek schrijven over wat we in die tijd hebben meegemaakt, opvallend vond ik (als ik terugkijk) dat veel mensen troost bij mij zochten, alsof niemand zich leek te realiseren dat het míjn vader was die zo abrupt weggerukt was. Er werd zo snel voorbij gegaan aan mijn verlies ‘Gecondoleerd met je vader, hoe is het met je moeder?’
Pas bijna een jaar later kwam ik voor het eerst een klein beetje toe aan verwerken wat er was gebeurd.
Na wekenlang de weekenden heen en weer gereden te hebben mocht mijn moeder naar Nederland, ondanks onze pogingen haar in een Universiteits ziekenhuis te krijgen belandde ze in een streekziekenhuis, lekker dicht bij mijn broer (fijn voor hem) en voor mij wederom 100km heen en weer rijden. Wat ik twee weken lang heb gedaan. Daarna mocht ze naar een revalidatiecentrum in Nijmegen, wat voor mij ook weer een stuk rijden betekende. Vanaf dat moment reed ik 3 tot soms 2 keer per week, het was namelijk op aan het raken. Wat op zich niet vreemd is natuurlijk, toen ze naar huis mocht was er geen opvang thuis en ze was absoluut nog niet in staat voor zichzelf te zorgen. Dus kwam dit op broer en mij terecht, al snel zat ik aan mijn absolute taks. Mijn lichaam had zich maandenlang kranig geweest maar ik heb wel een handicap en chronische vermoeidheid, dan kun je lange tijd in overlevingsmodus doorgaan maar het stopt een keer.
Daar was weinig begrip voor, iets wat me ongelooflijk verdrietig heeft gemaakt maar echt ruimte voor dat verdriet was er ook nog niet.
Dit alles heeft gespeeld tussen 2011 en 2012. In 2013 kreeg mijn (toen) gezonde 17 jarige dochter van de ene dag op de andere pijn in haar been gevolgd door verlammingsverschijnselen. Na maanden niet serieus te zijn genomen kwam uiteindelijk de conclusie, het was spierdystrofie. Er volgde een revalidatie traject, ik reed haar vaak heen en weer, als ouder zijnde kon ik een verward jonge meid niet in haar eentje met de taxi heen en weer laten gaan. We hebben dat uiteindelijk wel als ondersteuning in moeten zetten omdat mijn lichaam al heel snel aangaf in te storten op de fysieke belasting van het vele rijden.
De revalidatie leverde verdrietig genoeg niet op waar op ingezet was, volledig herstel.
Er volgde een zoektocht, welke weg verder, welke opleiding, hoe dat te doen met krukken en rolstoel. Openbaar vervoer in ons land is zeer slecht geregeld voor mensen met een beperking. Dus toen ze weer naar school ging heb ik een groot deel van het rijden op me genomen. Dat heb ik jarenlang volgehouden, het heeft de band met mijn dochter bijzonder en hecht gemaakt, het heeft zelfs voor een stukje heling gezorgd.
We hebben heel wat opgebouwde frustraties uitgevochten tijdens onze vele autoritten, we hebben samen geleerd om elkaar ruimte te geven en om zorg voor elkaar te dragen.
Rond de kerstdagen reed ik bewust binnendoor, langs de kleine dorpjes en beoordeelden we de kerstversieringen van de diverse mooie kleine en absurd grote (land)huizen
En dan waren er al die andere autoritten, die ik vaak niet benoem omdat ik me ervoor schaam. Ik heb ontelbare keren heen en weer gereden naar coffeeshops met mijn zoon. Op een bepaald moment was dit zelfs dagelijkse kost. Ik weet met de kennis van nu dat ik aan het overleven was, dat wanneer hij kon blowen alles een beetje behapbaar bleef en dus steunde ik dat. Er waren ook momenten dat ik zei het niet meer te doen, dan liepen de frustraties dusdanig op dat het escaleerde en er toch weer gereden werd. Het werd zelfmedicatie (door hem) en ik zag hem liever verdoofd en enigszins rustig dan dat ik voortdurend de stress van zijn uitbarstingen mee moest maken.
Zovele ritten passeerden de revue, en dan had ik nog niet eens de vele ritjes genoemd naar zorginstellingen, intake gesprekken, hulpverleningstrajecten die gevolgd werden.
In de afgelopen vier jaar heeft zoon een aantal afkicktrajecten gevolgd, ambulant en ook klinisch. Natuurlijk had ik ook andere keuzes kunnen maken, ik had hem met het openbaar vervoer kunnen laten gaan. Wat dan weer andere zorgen opriep tot en met de angst dat hij zichzelf uit wanhoop misschien wel voor de trein zou gooien.
Ook met hem heb ik tijdens al deze ritten een band opgebouwd, hebben we enorm veel ruzie gemaakt, eindeloze gesprekken gevoerd. Hadden we geen andere keuze dan samen de rit uitzitten en dat heeft ook tot mooie en bijzondere gesprekken en momenten geleid.
Dus ik reed, talloze ritten, met zoveel verschillende gedachten en gevoelens en laatst tijdens heen en weer rijden met manlief kwam dat allemaal ineens bovendrijven.