In de stilte voel ik het gemis. Gemis van wat niet was, Van wat niet mocht zijn, Van wat wat ooi, lang geleden, zo vanzelfsprekend was.
De stilte weerkaatst mijn gedachten, nu de ruis van onrust verdwenen is kan ik stil staan bij wat ik denk, kan ik voelen wat ik voel. Echt voelen, zonder filter, zonder rem omdat ik op elk moment alert moet kunnen zijn.
Ik sta minder op scherp, het is nog niet uit, maar ik merk wel dat er meer ontspanning in mij nestelt.
Des te meer warmte van mijzelf ik voelen kan des te meer verdriet voel ik omdat jij het jezelf niet kunt geven. Je kunt jezelf niet toestaan om de warmte die er is tot je door te laten dringen. Je wilt alles of niets, nu ik een streep door alles heb gezet blijft niets over.
Mijn gedachten gaan terug, naar vroeger, toen je klein was. Een vrolijk manneke dat blij was mij te zien, dat graag knuffelde, dat mij in zijn wereld betrok. Ook een driftkikkertje, maar elke boze bui kon ik laten verdwijnen. Soms vraag ik me af of ik dat beter niet gedaan had, ik wilde jou laten zien dat boosheid niets oplost en nu, zoveel jaar later ben je één en al boosheid. Verongelijkt om het leed dat anderen jou aan doen, boos om het geluk dat jou niet gegund is. Je bent in staat om te zwelgen in je boosheid, jaren geleden al ben ik gestopt met proberen de boosheid te laten verdwijnen. Het zijn jouw gevoelens, het is jouw keuze en vrijheid om ze er te laten zijn. Het is mijn keuze en vrijheid om te bepalen tot in welke mate ik je in die momenten toelaat.
Jij voelt dat en het is als olie op jouw vuur. Nu je niet meer hier woont is het makkelijker voor me geworden om mijn eigen kaders neer te zetten, om ervoor te zorgen dat jij niet voortdurend mijn gevoelens grenzen overschrijdt.
Na een aantal weken merk ik een kleine verschuiving, breekbaar en kwetsbaar en ik durf er ook nog niet op te vertrouwen. Maar ik zie en voel het, je legt niet alles meer bij mij, je bent je aan het losmaken.