Het lukt me al tijden niet om hier te schrijven. Ik wéét dat ik nog heel veel moet verwerken, dat ik talloze gebeurtenissen uit de afgelopen jaren nog geen (goed) plekje gegeven heb. Ik ben mij ervan bewust dat ik ervoor wegloop, of misschien is het niet echt weglopen. Het is ervoor kiezen om er nu niet mee bezig te zijn. Dat werpt de vraag op of dat wellicht gestuurd wordt door angst, de angst dat het zo weer anders kan zijn, dat het zo weer terug kan komen. Dat leven als naaste van een verslaafde, waarin je geleefd wordt, geen ruimte om te ademen, geen stil staan bij wat je zelf voelt want alles draait om de ander. En nu ís er eindelijk die ruimte om stil te staan bij hoe het voor mij is geweest en lijk ik te stagneren.
Vanmiddag tijdens een wandeling door een mooi natuurgebied, samen met mijn Lief, zag ik een jong stel in een kano. Hij was aan het foeteren en ketteren, de steekvliegen staken hem, hij was er helemaal klaar mee. Zijn bewegingen waren kort en strak, zijn concentratie was ver te zoeken want hij wist de kano telkens opnieuw tegen de kant aan te laten gaan.
De reactie van zijn vriendin was het meest veelzeggend, ze bleef compleet stil, ze was niet bezig hem te sussen, ze probeerde niet hem te sturen, ze maakte zichzelf onzichtbaar en stuurde, op eenzelfde onzichtbare manier, de kano de goede richting in. In deze jonge man zag ik mijn zoon tijdens zijn gebruik, ik voelde de pijn, ik werd me bewust van de wonden die in mij zijn ontstaan en waar ik aan moet gaan werken.
Een ander bewustzijn waar ik al langer in gedachten mee bezig ben is dat ik niet alleen moeder ben van een verslaafde in herstel, ik ben ook moeder van een jong volwassen vrouw met autisme, depressie en een spierziekte.
Mijn leven wordt nog steeds overwegend bepaald door de zorg die mijn beide kinderen nodig hebben, al zijn ze volwassen, al zijn er netwerken opgezet, al is er een zekere mate van zelfstandigheid en onafhankelijkheid er is ook een enorme behoefte aan de zekerheid van mijn veilige vleugels.
Die ik om hen heen slaan, vanzelfsprekend, maar ook weg haal omdat ze moeten leren (in tijd) zelf te kunnen vliegen.
Waar ik weinig aandacht aan geef is mijn gevoel van verdriet, verdriet om het leven dat ik niet kan leiden. Ik heb jaren in stilte gedroomd van de tijd rond mijn 50e, beide kinderen zouden de deur uit zijn en dan zou (eindelijk) mijn leven kunnen opbloeien. Dan kon ik minder moeder en meer vrouw zijn, dat is een worsteling waar ik echt wel eens mee overhoop lig. Ik ben die vrouw, ik ben die partner die behoefte heeft aan sensualiteit en seks, laat ik het gewoon noemen zoals het is. Maar in dit leven dat ik nu leef is het voortdurend balanceren, ik ben van moeder overgegaan naar mantelzorgende moeder en daar sluimert een verlies in. Er zit een zekere rouw aan vast. Rouw om wat mijn kinderen hebben verloren, verdriet om de strijd die zij moeten leveren en dat onbezorgde leven dat ik hen zo intens gun. Maar ook rouw om mijn eigen verlies, de toekomst die niet dichterbij komt, dat leven samen met mijn partner, kunnen genieten van samen zijn in volledige privacy, van samen op stap gaan, samen weg gaan.
Het was een toekomstdroom die ik los moet laten want het stemt me verdrietig dat deze toekomst niet binnen bereik lijkt te komen.
Dus probeer ik om in het hier en nu te blijven, te genieten van de goede dingen, er te zijn daar en wanneer het nodig is, los te laten daar en wanneer het kan.