Onze demonen

on

De laatste dagen voor jouw opname, spanningen zijn aldoor voelbaar. We doen met zijn allen ons best om het dragelijk te houden, voor jou maar ook voor ons. Er zijn momenten dat jouw weerstand je volledig in zijn grip heeft, sommige van jou uitspraken laten mij balanceren op de rand van paniek. Ik begrijp jouw weerstand al kan ik mij niet in jou verplaatsen, ik kan niet voelen wat jij voelt. Jij kunt niet voelen wat ik voel.
Je zoekt naar uitwegen om een ander pad in te kunnen slaan, niet het pad van herstel, niet het pad naar een zelfstandig leven. Dat zijn de momenten dat mijn hart lijkt stil te vallen, dat ik het diep van binnen hoor breken. Met een oorverdovend lawaai stort alles in mij ineen.

Al kijk ik niet ver vooruit, toch heb ik mijn hoop wel op een andere toekomst gezet. Toen ik jou een aantal maanden geleden (opnieuw) het huis uit zette en je vervolgens de kans gaf tijdelijk terug te komen tot je nieuwe hulpverlening gevonden had was dit ook echt tijdelijk in mijn gevoel. Ik had eerder die grens al getrokken en voor mij is deze ook duidelijk gebleven in de tijd dat jij weer hier kon zijn. Voor jou lijkt het anders te zijn, dat neem ik je niet kwalijk. Hoe zou ik dat nu kunnen, voor jou ben ik altijd de veilige haven geweest. Ik heb jou je thuis geboden, en nu voelt het voor jou in zekere zin alsof ik met mijn grens en voorwaarde dat je opnieuw in therapie zou gaan, alsof ik jou je thuis ontneem.
Je spreekt het zelden hardop uit, soms in boosheid werp je het voor mijn voeten. Je hoeft het ook niet uit te spreken, ik weet en voel dat jij het zo ervaart.
Bij je vorige opname was er de zekerheid dat je na de opname weer hier terug zou komen, in zekere zin gaf het jou de veilige garantie dat je oude leventje nog altijd voor het oprapen lag. Je pakte het ook voor een deel weer op en dat maakte het onmogelijk om samen te kunnen leven.
Dit keer liggen er andere afspraken, de bedoeling is dat je vanuit de opname naar een safehuis gaat en vanuit daar jouw vleugels verder uit gaan slaan.

Dus ik sta aan de vooravond van mijn laatste kind dat uitvliegt en het maakt me intens verdrietig. Nee, dit is niet het empty nest syndroom dat zich aankondigt, ik ben verdrietig omdat ik het zo graag anders gezien had. Omdat ik het jou zo had gegund dat je vanuit een goede stabiele basis op jezelf zou kunnen gaan.

Nu laat ik je los, wetende dat je verre van een stabiele basis hebt, niet in jezelf en qua toekomst is er niets zeker. Dat betekent dat ik je ook niet kan voorbereiden want ook ik weet het niet. Dus zweven we beiden, en beiden zijn we niet in staat de ander te steunen. We drijven in de vertrouwde bewegingen van leven van alle dag terwijl onhoorbaar gefluister ons beiden teistert. Jij met jouw demonen, ik met de mijne.

Plaats reactie