Het is alweer een paar weken geleden dat ik mijzelf ertoe kon zetten om te schrijven. Het is niet dat er geen woorden zijn, in mijn hoofd schrijf ik voortdurend maar de woorden dwalen en vormen geen geheel. Mijn leven voelt alsof het geen geheel vormt en dat maakt me kwetsbaar, en schrijven vanuit déze kwetsbaarheid is een grote stap. Zelfs al heb ik amper bezoekers die op dit blog, het maakt het gevoel van kwetsbaarheid niet minder groot.
Dus probeer ik mijzelf te omarmen, de kwetsbaarheid mag er zijn, ik hoef in deze veilige bubbel (dat is het doel van dit blog, mijzelf die veilige plek bieden) niets op te houden. Ik hoef mij niet groter of sterker voor te doen dan ik mij voel, ik hoef de situatie thuis niet mooier voor te doen dan deze is. Nu is dat laatste sowieso al niet iets dat ik doe, het lastige is dat anderen zich weinig tot niets kunnen voorstellen bij hoe mijn leven met een volwassen verslaafde zoon in huis eruit ziet. En ook al houd ik vreselijk veel van hem, en weet ik dat verslaving een ziekte is die hij nog niet de baas is geworden, zijn er ook momenten dat ik me realiseer dat ik dingen van hem ben gaan haten. Steeds vaker voel ik mij overschaduwd en weggezet als een onbelangrijk persoontje, net zoals eerder in mijn leven gebeurd is.
Er zijn woorden die in boosheid uitgesproken worden die wonden maken, er blijft iets scherps achter dat niet meer verdwijnen wil. Na elke ruzie moet ik helen, na elke crisis moet ik helen, en hoe vaker deze elkaar opvolgen des te gewonder ik raak. Mijn wonden krijgen de tijd niet om te helen, ongeheeld doorstaan ze de volgende storm. En in de momenten dat er rust is probeer ik te helen, probeer ik bij mijzelf te komen, probeer ik mijzelf los te maken van de negatieve energie die me omlaag trekt.
Soms weet ik niet meer waar ik de kracht vandaag haal om door te blijven gaan, er zijn momenten die het meest donkere in mij naar boven halen. Afgelopen weekend was zo’n moment. Jouw woorden dat ik niet van je hield, dat ik jou nooit gewild had, ze raakten me diep en braken iets in me. Het voelde alsof mijn lichaam implodeerde. Ik herkende de signalen, mijn lichaam ging in stress modus en jij bleef maar doorgaan met je pijlen op mij afvuren, met me duidelijk maken dat niet jij de veroorzaker was van alles waar jij last van had, ik was de veroorzaker. Ik wilde zeggen dat je kon vertrekken, ik weet dat ik dit in verdriet, boosheid en vooral in onmacht vaker gezegd heb. Maar een deel in mij wil ook echt dat je vertrekt. Ik betrap mijzelf op gedachten die ik had toen ik compleet vast zat in een relatie met een gewelddadige narcist, mijn hoofd zocht naar uitwegen waarmee het zou stoppen. Die het geweld dat mij werd aangedaan zouden stoppen.
Afgelopen weekend bevond ik mij opnieuw in dat proces, ik dacht aan de auto tegen een boom rijden want dan zou het stoppen, ik dacht aan jou ergens ver weg uit de auto zetten want dan zou het (eventjes) stoppen. Uiteindelijk hielp het me om stevig met de hond te gaan wandelen, het bonkende gevoel van onmacht werd minder. Mijn besluit om met jou naar de coffeeshop te rijden (waar je op uit was, want jouw verslaafde monster was al uren bezig mij zwijgzaam duidelijk te maken dat dit jouw doel was) hielp me. Ik wilde niet opnieuw een nacht met jou doormaken waarin je gek werd van jezelf, zelfs met medicatie blijft dat gevoel in jou zich manifesteren, en als blowen dan helpt om bij rust te komen dan accepteer ik die optie. Sterker nog, dan ben ik blij met die oplossing, want andere oplossingen zijn er niet. Zolang jij verslaafd bent en hier leeft, zolang jij met zoveel onverwerkte trauma’s en niet onderzochte eventuele stoornissen of aandoeningen hier leeft, zolang blijf ik in overlevingsmodus.
Mijn frustraties over de gebrekkige, kortzichtige en veel te trage hulpverlening probeer ik los te laten. Alhoewel ik bij het intake gesprek een paar weken geleden echt wel dacht dit is het vierde intake gesprek in drie jaar, hoe vaak gaat dit nog voorkomen en hoe lang kan ik dit nog volhouden.