In een leven lang schrijven heb ik van tijd tot tijd gewerkt aan reflectie en het verkrijgen van (zelf)inzicht. Moeilijke en persoonlijke onderwerpen werden nooit geschuwd, ik durfde mij kwetsbaar op te stellen in mijn schrijfsels. Ik had er niet veel moeite mee mijn diepste gevoelens online te publiceren, er leefde een sterke overtuiging in mij dat schrijven me sterker maakte. Dat het me hielp om te groeien, dat de inzichten die ik al schrijvend verwierf mij hielpen mijzelf beter te begrijpen.
Schrijven vanuit mijn bloedend moederhart is van een heel andere orde. Nu voel ik mij vreselijk kwetsbaar, ik merk hoe sommige oude patronen via achterdeurtjes naar binnen weten te sluipen. Ik herken wat ik, als moeder, niet benoemen wil. De herinneringen aan leven met een narcist, de overeenkomsten tussen zijn emotionele chantage en die van mijn verslaafde zoon. De wonden die daarin geraakt worden, wonden die wel genezen maar nooit verdwenen zijn.
Ik betrap mijzelf op excuses om het blog weer te verwijderen, om de deur naar deze uitlaatklep dicht te gooien. Ferm en vastbesloten. Ik besluit het niet te doen, deze pijn is zo groot dat het me van binnen opvreet. Ik moet ermee aan de slag, ik ben dat aan mijzelf verplicht. Het hoort bij zorgdragen voor mijzelf, niet als moeder, wel als mens (en indirect daarmee ook weer als moeder).
Er sluimert van alles, ik betast de sluiers die al die pijn bedekken. Mijn tranen zijn zo ver weg dat ze opgedroogd voelen, de innerlijke kilte die ik voel ervaar ik als een waarschuwing, ik ben (weer) bezig met afsluiten. Met wegzetten en doorgaan, een bekende valkuil van me. Doorgaan alsof er niets is gebeurd.
Dit is niet niets, je puberzoon zien verdwijnen in de afgrond van verslaving en alle daaraan gekoppelde gedragspatronen is niet niets, tien jaar verder je inmiddels volwassen zoon zien worstelen om niet te verdrinken in die afgrond is niet niets. Hulpverlening die de stekker uit de steun aan hem trekken is niet niets.
Hem toch maar weer naar huis halen in de hoop zo een stabiele basis aan te reiken is niet niets.
De wetenschap dat hij leugens presenteert als waarheid is niet niets.
Niets aan dit alles is niets.
Het is heftig, pijnlijk, rauw, ingrijpend. Het heeft een enorme impact, op mijn leven, mijn relatie’s (met mijn zoon, met mijn man, met mijn dochter). Het heeft een enorme impact op mij, als mens.
Ik wil dat niet meer wegstoppen, ik wil het niet meer afzwakken.
Dit is míjn pijn.
Dit is míjn onmacht.
Dit is míjn verdriet.
Dit is míjn bloedend hart.