Gebroken in het breken

on

Vorig jaar oktober knapte er iets in mij, de zoveelste leugen, de zoveelste belofte, de zoveelste teleurstelling maar vooral…de emotionele chantage die uitgespeeld werd was wat me brak.
Er werd gedreigd, heel veel jaren kon ik woorden zien als hulzen die van mij afketste. Ze raakten me wel maar ze sloegen geen diepe wonden. Dit keer was mijn harnas verdwenen, de beschermende laag was zo dun gemaakt door de vele keren dat ze had moeten incasseren. Er was geen bescherming meer. De woorden raakten me diep in mijn ziel, deja vu all over again. Dit had ik al eens meegemaakt, lang geleden. En ik wist, ik móet hier een grens trekken.
Ik trok je aan je arm naar buiten (tot dan toe had ik nooit fysiek gereageerd) en schreeuwde dat je kon vertrekken, dat ik je nooit meer wilde zien.
Onmacht nam het over, ik hoorde het breken van zoveel diep in mij. Dit was ik niet, zo was ik niet, ik wilde zo niet zijn en ik was het geworden. De deja vu fluisterde me mogelijke gevolgen in, als ik nu geen duidelijke grens trok dan zou ik in herhaling van de herhaling stappen. Dan zouden momenten van onmacht elkaar alsmaar sneller opvolgen.

Dit was mij in nood, en niemand die ingreep. Dus wat kon ik anders dan zelf ingrijpen? Jou de deur uit zetten was de enige manier om deze grens te trekken. Het ontketende een storm, zoveel heviger dan de razernij waar ik onlangs over schreef. Als een aasgier bleef je om het huis cirkelen tot het moment dat tot je doordrong dat het nu echt menens was.
Je werd opgevangen door familie, een ander bracht je ernaartoe. Ik was er niet meer toe in staat.

En toen ontketende de echte storm, je richtte al je vuur en pijlen op mij. Ik was het die jou je thuis had ontnomen, je veiligheid en ik moest ervoor bloeden. Compleet doorgeslagen was je, wat je zei vind ik nog altijd pijnlijk om te herhalen. Dreigen het huis in brand te steken en hopen dat wij, samen met de huisdieren waar je zo gek op bent, zouden verbranden, levend want dat was ons deel voor het jou je leven ontnemen.
Mijn telefoon had ik op stil gezet want je berichten bleven komen, als ik niet snel genoeg via app reageerde ging je bellen, als ik niet opnam sprak je de voicemail in: ‘Neem op of ik kom naar je toe en steek een mes tussen je ribben’.

Tijd vervaagde, ik hoorde in gedachten woorden die ooit diepe wonden geslagen hadden ‘als je me verlaat maak ik je dood’. Het maakte dat ik nog meer afstand nam, wat kon ik anders? Je razernij was niets ontziend, verwoestend met maar één doel. Ik moest geraakt worden, ik was de veroorzaker van jouw ellende.

En nu, zijn we drie kwart jaar verder, maanden waarin jij gewerkt hebt om los te komen uit je verslaving. Je bent ‘in herstel’ met terugval op terugval. Wat heeft geleid tot een nieuw breekpunt, dit keer kon ik met woorden uiten dat je moest vertrekken. De razernij was minder hevig, het leek of je zelf realiseerde dat dit geen leven is. Niet voor jou, niet voor mij. En vervolgens liet hulpverlening los, of dit terecht of onterecht is dat is niet relevant. Feit is dat je al zo weinig basis had om op terug te vallen, en nu had ik je basis ook nog eens onder je weggehaald.
Dus tegen al mijn gevoel in, tegen alle adviezen die ik dromen kan, heb ik gesteld dat je hier een stabiele basis vinden kunt om verder te bewegen. Het is tijdelijk, ik ga dit namelijk niet heel lang volhouden. Het betekent dat ik opnieuw een groot deel van mijzelf en mijn leven opoffer, afbaken zodat jij er niet nog meer stuk kunt maken.

Er huist een kilte in mij, ik ken deze. Het is zelfbescherming, pure verdediging om zo min mogelijk geraakt te kunnen worden. Ik heb de overlevingsmodus aangezet.

Plaats reactie