Breekpunt en Muur

on

Soms voel ik mij gevangen, in een cyclus die niet eindigt. Ik heb gestreden op alle mogelijke manieren, meegaand, begripvol, grenzen afbakenend, boos, machteloos, gefrustreerd. Alles heeft het strijd toneel betreden, alles werd ingezet om te overleven.

En juist daar zit mijn pijn punt, ik bevind me weer in de cyclus van overleven. Opnieuw in een sfeer van verwijten, minachtig, gebrek aan respect. Van een partner kun je scheiden, hoe doe je dat van je kind waar je zielsveel van houdt maar waar je aan onderdoor gaat?

Waar geen instantie is die ingezet kan worden, waar de aanwezige hulpverlening maandenlang incasseren zonder actief hulp te bieden. Waar praten erover zo weinig nog brengt. Praten met de gewonde zoon niet, praten met partner niet, praten met familie of vrienden niet. Ik kan de woorden dromen, hun echo weerklinkt in mij als een casettebandje dat nooit breekt.

Vanmiddag was mijn breekpunt, uren van verwijten die heen en weer vlogen waren het gevolg. Een volwassen zoon weet je te raken, weet waar je kwetsbare plekken liggen. Als ik mijn breekpunt heb bereikt dan kwets ik ook, dan is mijn zachte mantel der liefde verdwenen, dan sla ik boos, gekwetst en geraakt om mij heen. Dan zijn het mijn wonden die spreken, die open breken, het pus dat eruit komt.

Wat hij niet weet en ik niet bij hem neer wil leggen zijn de wonden die geslagen werden door zijn vader. In de eerste plaats is het altijd mijn manier van mijn kinderen ruimte geven op te groeien tot het individu dat ze zijn om bij hen weg te houden wat ik in de tien jaar relatie met hun (narcistische) vader meegemaakt heb. Ik ben van mening dat zij nooit een eigen beeld van hem hadden kunnen vormen als ik mij geuit had over hem. Dus hield ik mijn mond, en hebben zij zelf een beeld van hem gevormd, niet door mijn pijn en trauma’s beïnvloed.
Het pad dat ik daarin koos wordt door velen niet begrepen, en ik snap de motivaties maar ik sta nog steeds achter mijn beweegreden. Ik wilde hen niet vergiftigen met mijn projecties, zoals hun vader dat andersom wel probeerde te doen.

En dan beland ik vanmiddag op een kruising, in zijn boosheid en frustraties uit hij zich op een manier die de wonden openbreekt die door zijn vader ontstaan zijn. En ik, ik sla in alle macht om mij heen. Verbaal, want dat is de enige manier van om mij heen slaan die ik gerechtvaardig vind. Maar juist ik weet hoe diep woorden kunnen reiken, hoe hard ze binnen komen. Als je dan in die verbale strijd met je jong volwassen zoon te horen krijgt dat je hem nooit gewenst hebt, dan breekt er nog meer. Dan voel ik hoe ik in scherven op de grond val, ik kan hem op dat moment niet uitleggen hoe diep hij me raakt. Omdat ik zielsveel van hem houd, omdat ik een enorm sterke connectie met hem heb en het kennelijk nog niet zijn tijd is die streng door te knippen. Daar waar je als ouder ooit de navelstreng doorknipt is het aan kinderen om op hun beurt ook los te knippen. Hij is nog niet zover en zijn schoppen nu zijn niet anders dan toen ik hem nog in mij droeg, of toen hij als klein peutertje driftig om zich heen schopte als de pijn in hem te hevig was. Alleen met volwassen zijn wordt harder geschopt, harder geraakt en is incasseren als ouder een heftig proces. Ik ben niet het type ouder dat hem fysiek de deur uit zet, ik ben het type ouder dat de weg van praten kiest. Alleen vanmiddag wist ik het niet meer, wist ik niet meer hoe een opening tot communicatie te vinden. Was er alleen nog maar de pijn van de wonden die geraakt werden, was er de pijn van onder hoogspanning staan in het gezinsleven, opnieuw.

Toen ik dit probeerde te verwoorden voor mijzelf stroomden de tranen, nee ik moet eerlijk blijven. Ze stroomden al, het was mijn verdriet dat me aanzette om woorden te vinden, om mijn innerlijke gevecht naar buiten te brengen.
Ik heb mijn zoon gevraagd samen te praten, huilend zat ik tegenover hem en zag hoe die jong volwassen man zijn best deed zich groot te houden met opmerkingen in de trant van ‘dit wordt toch geen zwaar gesprek waar ik de hele nacht wakker van lig want ik moet morgen werken’. Nog altijd wist ik de woorden niet, ik zag alleen maar een enorme drempel voor me, zo hoog dat ik niet wist of het me zou lukken om er op te klimmen. Ik sprong, ik probeerde me vast te klampen. Het was een muur van meer dan 20 jaar grotendeels zwijgen over de schade in mij, aangedaan door zijn vader. Het was een muur van meer dan 20 jaar vasthouden aan een principe waarbij ik een stukje van mijzelf wegcijferde. Door nu die muur te beklimmen zou ik dat doorbreken, en ik weet niet wat er aan de andere kant van die muur is.
Ik wist niet hoe hij reageren zou, ik wilde hem niet belasten maar wel transparant zijn over mijn verwondingen. Waar hij geen boodschap aan hoeft te hebben maar die wel inzicht geven. Een inzicht waarvan ik niet weet of hij er iets mee kan, of het niet te zwaar voor hem is.

Na een paar pogingen waarbij ik overmand werd door verdriet lukte het me uiteindelijk om hem te vertellen over mijn wonden, over hoe leven met een narcistisch gewelddadige man mij zwaar beschadigd heeft, geleid heeft tot PTSS en het volledig kwijt raken van mijn eigen identiteit. Voortdurend was ik mij ervan bewust dat voor hem ik iets vertelde over zijn vader, en hoe kwetsbaar hij op zijn beurt hierin is omdat hij al langer worstelt met niet willen zijn zoals zijn vader. Het is iets waarin ik kan nuanceren, want het is volkomen logisch dat beide kinderen iets van hun vader hebben, net zo goed als ze dingen van mij hebben. Ik vertel ze telkens weer dat ze hun eigen individu zijn en op het moment dat ik hem dit uitleg voel ik hoe opnieuw iets breekt in mij, en realiseer ik mij dat ondanks al mijn pogingen om de verwondingen van hun vader in mij weg te houden zij voor een deel ook geraakt zijn. Zonder mijn geschiedenis met hem te kennen worstelen zij met niet op hem willen lijken, omdat ze hem inmiddels hebben leren kennen, hun eigen beeld van hem gevormd hebben.

Ik realiseer me dat aan de andere kant van die muur heel veel pijn ligt, mijn eigen pijn en verdriet, en een nieuw proces waarin mijn mooie jong volwassen wezens bezig zijn zich los te maken van de onzichtbare schade die ze onbedoeld mee gedragen hebben.
Door mijn tranen heen zie ik het mooie, voel ik naast de scherpte van de pijn een rust nu ik niet langer hoef te zwijgen over mijn wonden wanneer ze per ongeluk geraakt worden.

Plaats reactie